Na jaren vooral harde, eenduidige emoties te hebben geschilderd raakte Suidman steeds mer gefascineerd door ambiguïteit. Clowns worden geacht mensen op te vrolijken, maar wat gaat er achter dat vrolijke gezicht schuil? Suidman had moeite met mensen die onoprecht waren, maar de dualiteit van clowns boeide hem ook:
‘Enge mannen die hun ware intenties verbergen met opzichtige schmink. Achter dat masker kan alles of niets zitten.De vermeende kindervriend kan zich dan ook ontpoppen tot de kwade genius in tal van horrorscenario’s, en figureert tevens als de opgeverfde melancholicus in talloze volkse kitsch-varianten’.






