Zijn huisgenoten zien blijkbaar iets anders in Suidman dan een schrijver. Iemand vraagt hem een muurschildering te maken, iets waaraan hij meer plezier beleeft dan aan een jaar lang schrijven. Vervolgens heeft een andere huisgenoot een atelier voor hem.
Later beschreef hij het zo in een folder: ‘In februari 1994 begon Erik Suidman, op dat moment reeds bijna dertig, kalend en keurig afgestudeerd in de Neerlandistiek, vrijwel van de ene dag op de andere in een bij toeval verkregen atelier voltijds te schilderen. Zonder ooit enig schilderkundig onderricht genoten te hebben en ongehinderd door enige kennis van materiaal of techniek zette hij op plompe wijze zijn eerste schreden op het schildersvlak.’ Kalend is hij overigens niet, maar inderdaad bijna dertig.
Suidman komt terecht in een voormalig schoolgebouw aan de Vondellaan op nummer 30, waar hij een atelier deelt met twee anderen, onder wie huisgenote Ellen Sillekens. Met zijn enorme productie gaat hij al snel de ruimte domineren. Hij schildert het eerste jaar met Hema-verf, omdat hij de hoogglanslak zo mooi vindt, en is vooral bezig met leren. De meeste werken die hij in deze periode maakt eindigen later aan de rand van de straat, waarbij hij van een afstand kijkt wie wat meeneemt. Ze zijn stripachtig, niet heftig genoeg naar zijn idee, schattige onder- werpen zoals dierenportretten, al begint hij meteen ook aan een grote serie heili- genportretten, om af te rekenen met zijn katholieke jeugd in Brabant.
In oktober heeft hij voldoende werk om mee te doen aan de open ateliers en een poster te maken waarop hij zich ‘schilder’ noemt.